bol·werk(het; o; meervoud: bolwerken)
- 1uitspringend verdedigingswerk; = bastion: een bolwerk beschieten
- 2hetgeen ter verdediging of versterking dient: een anarchistisch bolwerk plaats, land waar de vrije mens machtig is
bol·wer·ken(bolwerkte, heeft gebolwerkt)
- 1klaarspelen: hij kon het prima bolwerken